Deelproject 3

Interventies gericht op ‘gemeenschappen nieuwe stijl’

 

Het derde deelproject bestaat uit het ontwikkelen, implementeren, evalueren en verspreiden van interventies. De leidende onderzoeksvraag hierbij is hoe met behulp van interventies ‘gemeenschapsvormen nieuwe stijl’ kunnen worden ontwikkeld. Om tot de juiste interventies te komen en die bij de juiste verenigingen in te zetten, worden verschillende strategieën gehanteerd.

 

Er wordt gekozen voor vier interventies bij een niet-succesvolle vereniging in elk van vier kwadranten. De interventie wordt ontwikkeld na beoordeling van de aard van de problematiek bij de betreffende vereniging, maar op voorhand kan hieraan al enige richting worden gegeven:

  • Bij een niet-succesvolle heterogene vereniging in een homogene omgeving kan aan een interventie worden gedacht die zich richt op professionalisering en/of commercialisering.
  • Bij een niet-succesvolle heterogene vereniging in een homogene omgeving richt de interventie zich eerder op het faciliteren van lichte gemeenschappen en het in bloei brengen/houden hiervan.
  • Bij een niet-succesvolle homogene vereniging in een homogene omgeving kan worden gedacht aan een interventie die de kwaliteit van besturen versterkt en al te beknellende in-group relaties (gestaald kader) doorbreekt.
  • Bij een niet-succesvolle homogene vereniging in een heterogene omgeving lijkt vooral een interventie zinnig die die zich richt op het vergroten van de betrokkenheid van de homogene vereniging met de heterogene omgeving.

 

Een tweede strategie richt zich op de praktijk. Wij verrichten vooronderzoek onder de sportbonden naar best practices en houden interviews en/of focusgroep-gesprekken met verenigingsleden om te achterhalen wat in hun ogen wel en niet goed gaat in ledenbehoud en ledenbinding. De bevindingen worden geconfronteerd met de hypotheses die aan het kwadrant ten grondslag liggen en met de voorlopige resultaten uit de twee andere deelprojecten. In lijn met het gedachtengoed van Schön (1983) wordt op deze wijze geprobeerd relevante tacit knowledge over wat wel en niet werkt zichtbaar te maken.

Het theoretisch kader functioneert als een eerste zoeklicht om informatie te verzamelen ter beantwoording van de onderzoeksvragen, maar vormt geen dwingend raster. Vanuit de praktijk kunnen andere oplossingen naar voren worden gebracht. Om alternatieve oplossingen te wegen worden deze geconfronteerd met de beschikbare theoretische en empirische kennis en geanalyseerd met de betrokken sportbonden in de Masterclass (zie verder het Valorisatieplan).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *